Energietransitie: te veel praten, te weinig doen
`Er ligt een plan om in tien jaar de hele woningvoorraad van Nederland energieneutraal te maken. Er is geen enkel beletsel om het niet te doen, maar we doen het niet.´ Deze woorden van prof. Jan Rotmans schilderden meteen een van de dilemma´s die vijf maart centraal stonden op het mini-seminar Tussenbalans Energietransitie op de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Hier werd het conceptrapport De Netwerkstructuur van de Nederlandse energietransitie gepresenteerd. De achterliggende studie schetst een beeld van hoe de betrokkenen bij de energietransitie elkaar zien en het proces waar ze gezamenlijk deel van uitmaken waarderen. Volgens Matthijs Hisschemöller (VUAmsterdam), een van de samenstellers van het rapport, bevindt dat proces van energietransitie zich op een kruispunt. Er zijn tal van veelbelovende, projecten, plannen en netwerken die zich met dat thema bezig houden, maar het stokt in de concrete uitvoering. `We hebben het te weinig over de doelen en te veel over de middelen. En we zijn niet goed in concurrentie en sturing.´
Dat beeld werd in grote lijnen bevestigd door bovengenoemde rapportage die de netwerken binnen de energietransitie in beeld probeert te brengen, Hisschemöller c.s. constateren het ontstaan van een hecht beleidsnetwerk waarin overheid, milieubeweging en wetenschap nauw samenwerken. Dit netwerk staat op korte afstand van het grote bedrijfsleven. Een nadeel is echter dat het MKB (dat het meeste werk maakt van innovaties) aan de zijlijn van het netwerk bivakkeert. Met als gevolg dat de koplopers teveel tegen de gevestigde orde moeten zien op te boksen´, aldus Henk Groeneveld van het SustEnable Forum.
De deelnemers aan het seminar concluderen dat de energietransitie in de praktijk stagneert. Er wordt teveel gepraat en te weinig gedaan, er zijn teveel spelregels en procedures en politiek en overheid grijpen teveel terug op klassieke instrumenten en methodes die echter niet nauw genoeg aansluiten bij de dynamiek die aan dit front nodig is. `Het moet grootschaliger en sneller, we moeten op een aantal gewichtige dossiers nu meters maken´, was een veelgehoorde hartenkreet. Een extra twistpunt daarbij is de vraag of je zo´n sprong voorwaarts nu via de netwerken of via een centrale macht tot stand moet zien te brengen. Uit de studie komt naar voren dat er een sterke neiging is om te concentreren op het interne proces van de energietransitie, waardoor er veel te weinig aandacht is voor bredere maatschappelijke ontwikkelingen en doorbraken op een meer maatschappelijk en institutioneel niveau. Dit is weerspiegeld in zowel de nadruk binnen de energietransitie op het proces van platforms en visievorming binnen deze platforms, als in de sterke focus op experimenten zonder expliciete aandacht voor opschaling en structuurverandering.
De directeur van de Interdepartementale Programmadirectie Energietransitie Hugo Brouwer gelooft dat de overheid in ieder geval moet kiezen voor een duidelijke koers en daar geruime tijd aan vast moet houden. `Duitsland wordt om die reden geweldig geprezen in Europa´, zei hij. Andere deelnemers zien echter meer in een decentrale aanpak van de energietransitie waarin je op regionaal of lokaal vlak hechte coalities tot stand brengt, waaraan ook `nichepartijen´ als woningbouwcorporaties meedoen. Alle aanwezigen waren op 5 maart ongerust over een dreigend `defaitisme´ in het debat over energietransitie. `Tussen 1955 en 1965 schakelde de energievoorziening in Nederland over van kolen op gas. Een geweldige transitie in een betrekkelijke korte tijd. Dat élan is nu ook nodig voor de transformatie naar duurzame energie´, aldus Rotmans.